Citaat | Gerechtshof Den Haag 1 maart 2022

Onder 5.4. Gerechtshof Den Haag 1 maart 2022

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 1 maart 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:310.

Dit betoog is onjuist. De omstandigheid dat een WOZ-waardering kan worden gebaseerd op transactieprijzen van "vergelijkbare" objecten, doet er niet aan af dat voor de toepassing van de meerderheidsregel in WOZ-zaken - buiten de gevallen waarin het gaat om fouten die gemaakt zijn ten aanzien van specifieke, aan een aantal woningen gemeenschappelijke kenmerken waardoor die zich van andere woningen onderscheiden (vgl. HR 17 juni 1992, nr. 26777, BNB 1992/294) - de relevante groep wordt gevormd door objecten die identiek zijn, in die zin dat de onderlinge verschillen naar het oordeel van de feitenrechter verwaarloosbaar zijn, zoals bijvoorbeeld bij rijtjeshuizen niet noodzakelijk, maar wel mogelijk het geval zal zijn. Dit brengt enerzijds mee dat een beroep op de meerderheidsregel ondersteund dient te worden met de stelling dat minstens twee identieke objecten lager zijn gewaardeerd, anderzijds dat de heffingsambtenaar, op wiens weg het ligt te stellen dat de relevante groep groter is, daartoe slechts (juist gewaardeerde) objecten zal kunnen aanwijzen die eveneens identiek zijn aan dat van de klager."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5d01dc53930b998b487343c54d73cfef37dc139060b01b3d3cfddc183f0e319. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5d01dc53930b998b487343c54d73cfef37dc139060b01b3d3cfddc183f0e319, en de alinea staat in dat document op bytes 49613 tot 50740.