Citaat | Gerechtshof Den Haag 1 maart 2022

Onder 3.14 Gerechtshof Den Haag 1 maart 2022

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 1 maart 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:331.

Op 10 december 2020 is de v.i.-vordering op een pro forma zitting behandeld. Tijdens deze zitting heeft de officier van justitie bepleit dat de v.i.-vordering niet moet worden aangehouden, maar inhoudelijk moet worden behandeld en dat daarvoor zo snel mogelijk een nieuwe datum moet worden bepaald. Daarbij heeft de officier van justitie uitdrukkelijk gesteld dat [appellant] niet voorwaardelijk in vrijheid zal worden gesteld zolang niet op de v.i.-vordering is beslist. [appellant] heeft betoogd dat wel direct consequenties moeten worden verbonden aan de omstandigheid dat het openbaar ministerie de vordering achterwege laten v.i. volgens hem niet – zoals vereist – onverwijld heeft ingesteld, maar dat inhoudelijk pas op de vordering kan worden beslist nadat er een vonnis is in de nieuwe strafzaak. De rechtbank Gelderland heeft vervolgens de v.i.-vordering voor onbepaalde tijd aangehouden, totdat er een eindvonnis is in de nieuwe strafzaak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f9ebecfa2c0f23f454567bfce4739d621d3ce98d159dc1d1b660a164dbad4a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f9ebecfa2c0f23f454567bfce4739d621d3ce98d159dc1d1b660a164dbad4a8, en de alinea staat in dat document op bytes 17079 tot 18045.