Citaat | Gerechtshof Den Haag 1 maart 2022
Onder 4.3 Gerechtshof Den Haag 1 maart 2022
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 1 maart 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:331.
De overwegingen van de voorzieningenrechter kunnen als volgt worden samengevat. Tussen partijen is niet in geschil dat op de situatie van [appellant] artikel 6:6:8 (oud) Sv van toepassing is. In dit artikel staat dat het openbaar ministerie, als het van oordeel is dat er redenen zijn om de voorwaardelijke invrijheidstelling van een gedetineerde uit te stellen of achterwege te laten, onverwijld een daartoe strekkende schriftelijke vordering indient. Op grond van lid 5 van artikel 6:6:8 (oud) Sv wordt de veroordeelde hangende de beslissing op de vordering uitstel of achterwege laten v.i. niet in vrijheid gesteld. Voor zover de vordering van [appellant] is gegrond op de stelling dat artikel 6:6:8 lid 5 (oud) Sv onmiskenbaar onverbindend is, richt die vordering zich tegen de Staat als wetgever en strekt zij tot het buiten toepassing doen verklaren van (een deel van) een wet in formele zin. De burgerlijke rechter kan een wet in formele zin in kort geding slechts geheel of gedeeltelijk buiten toepassing verklaren indien en voor zover deze onmiskenbaar onverbindend is wegens strijd met een ieder verbindende bepalingen van internationaal recht. Artikel 6:6:8 lid 5 (oud) Sv is niet in strijd met artikel 5 EVRM of vergelijkbare bepalingen uit andere internationale verdragen. [appellant] is veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar, die loopt tot 24 februari 2023. Aan de huidige detentie van [appellant] ligt derhalve een veroordeling door de strafrechter ten grondslag. Dat de rechtbank Gelderland de behandeling van de v.i.-vordering heeft aangehouden in afwachting van een beslissing in de nieuwe strafzaak, maakt dit niet anders. Aan het bepaalde in artikel 6:6:8 lid 5 (oud) Sv is immers geen maximale termijn verbonden. Bovendien heeft [appellant] zelf ingestemd met de aanhouding. Voor zover [appellant] met de onderhavige procedure wil bereiken dat de volgorde van tenuitvoerlegging van de verschillende titels voor zijn detentie wordt aangepast, in die zin dat eerst de lijfsdwang ten uitvoer moet worden gelegd, overweegt de voorzieningenrechter dat zij niet kan ingrijpen in die volgorde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f9ebecfa2c0f23f454567bfce4739d621d3ce98d159dc1d1b660a164dbad4a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f9ebecfa2c0f23f454567bfce4739d621d3ce98d159dc1d1b660a164dbad4a8, en de alinea staat in dat document op bytes 22827 tot 24959.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f9ebecfa2c0f23f454567bfce4739d621d3ce98d159dc1d1b660a164dbad4a8 | shasum -a 256