Citaat | Gerechtshof Den Haag 1 maart 2022

Onder 6.4 Gerechtshof Den Haag 1 maart 2022

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 1 maart 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:331.

Het hof stelt voorop dat het als burgerlijke rechter niet kan oordelen over de vordering van de officier van justitie tot achterwege laten v.i. op grond van artikel 6:6:8 (oud) Sv. De beoordeling van die vordering moet plaatsvinden door de strafrechter (in dit geval de rechtbank Gelderland). Hoewel het hof het onwenselijk vindt dat een veroordeelde langdurig in detentie wordt gehouden in afwachting van een beslissing op een vordering achterwege laten v.i., kan het hof dus ook niet oordelen over de beslissing van de rechtbank Gelderland om de behandeling van de vordering achterwege laten v.i. aan te houden tot de beslissing in de nieuwe strafzaak. Daarmee kunnen grieven 4 en 5 van [appellant] buiten beschouwing blijven. Ook als de beslissing van de rechtbank Gelderland om de behandeling van de vordering achterwege laten v.i. aan te houden niet (mede) het gevolg is van de opstelling van [appellant], en er van uitgegaan moet worden dat de rechtbank Gelderland niet op die beslissing zou willen terugkomen als [appellant] alsnog versnelde behandeling van die vordering zou verzoeken, dan nog zijn dat beslissingen van de strafrechter, waarover het hof als burgerlijke rechter niet kan oordelen. Het hof is als burgerlijke rechter uitsluitend bevoegd voor zover de vorderingen van [appellant] strekken tot het buiten toepassing verklaren van artikel 6:6:8 lid 5 (oud) Sv wegens strijd met artikel 5 EVRM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f9ebecfa2c0f23f454567bfce4739d621d3ce98d159dc1d1b660a164dbad4a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f9ebecfa2c0f23f454567bfce4739d621d3ce98d159dc1d1b660a164dbad4a8, en de alinea staat in dat document op bytes 34772 tot 36199.