Citaat | Gerechtshof Den Haag 1 maart 2022
Onder 6.7 Gerechtshof Den Haag 1 maart 2022
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 1 maart 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:331.
Aan de beslissingen van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden kan [appellant] geen steun voor zijn standpunt ontlenen. Ten eerste ging het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden er in zijn tussenbeslissing ten onrechte vanuit dat [appellant] op dat ogenblik vast zat op grond van lijfsdwang. Op die onjuiste veronderstelling is het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teruggekomen in zijn eindbeslissing van 19 juli 2021. In die eindbeslissing plaatst het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden nog wel vraagtekens bij de situatie dat [appellant] voor langere tijd wordt gedetineerd op grond van artikel 6:6:8 lid 5 (oud) Sv in afwachting van een beslissing op de vordering achterwege laten v.i., waarbij het gerechtshof verwijst naar zijn tussenbeslissing. Kennelijk doelt het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden daarmee op zijn overweging in de tussenbeslissing dat de situatie waarbij een veroordeelde gedurende langere tijd van zijn vrijheid wordt beroofd op grond van artikel 6:6:8 lid 5 (oud) Sv niet strookt met het karakter van de procedure van artikel 6:6:8 (oud) Sv, waarbij een vordering achterwege laten v.i. onverwijld moet worden ingediend, als regel uiterlijk 30 dagen vóór het tijdstip van v.i., en in beginsel op zo’n vordering wordt beslist vóór het tijdstip van v.i. (zie onder 3.15 en 3.16 van dit arrest). De onwenselijkheid van een dergelijke situatie betekent echter niet dat artikel 6:6:8 lid 5 (oud) Sv onmiskenbaar onverbindend is. Het betekent hoogstens dat de rechter die over de vordering achterwege laten v.i. moet beslissen, die beslissing niet onbeperkt voor zich uit kan schuiven. Maar zoals het hof hiervoor heeft overwogen, is dat een kwestie die zich aan het oordeel van het hof als burgerlijke rechter onttrekt. Ten slotte leidt ook het feit dat na de eerstmogelijke v.i.-datum eerst het restant van de gevangenisstraf van 8 maanden onvoorwaardelijk ten uitvoer is gelegd, niet tot een ander oordeel. Voor de (onmiskenbare) onverbindendheid van artikel 6:6:8 lid 5 (oud) Sv is ook dit aspect niet van belang.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f9ebecfa2c0f23f454567bfce4739d621d3ce98d159dc1d1b660a164dbad4a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f9ebecfa2c0f23f454567bfce4739d621d3ce98d159dc1d1b660a164dbad4a8, en de alinea staat in dat document op bytes 38646 tot 40677.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f9ebecfa2c0f23f454567bfce4739d621d3ce98d159dc1d1b660a164dbad4a8 | shasum -a 256