Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 januari 2022
Onder 5.5. Gerechtshof Den Haag 18 januari 2022
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 januari 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:53.
Belanghebbende heeft in beroep verzocht om een vergoeding van immateriële schade voor de bezwaar- en beroepsfase. De redelijke termijn voor de bezwaar- en beroepsfase tezamen bedraagt twee jaar, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden (vgl. HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252, BNB 2016/140). Het Hof is van oordeel dat de coronapandemie een uitzonderlijke en onvoorzienbare situatie is die een verlenging van de termijn met vier maanden rechtvaardigt. Daarbij is rekening gehouden met de periode waarin de gerechtsgebouwen gesloten waren en een termijn van twee maanden voor het opnieuw inplannen van verdaagde zittingen. Aangezien de bezwaar- en beroepsfase nu eenmaal tezamen worden beoordeeld, ziet het Hof, anders dan belanghebbende voorstaat, geen aanleiding de termijn hierbij te splitsen en de termijnverlenging vervolgens alleen aan de beroepsfase toe te rekenen. De Heffingsambtenaar heeft op 27 maart 2019 het bezwaarschrift ontvangen en de Rechtbank heeft op 16 april 2021 uitspraak gedaan. Gelet op de verlenging van de termijn is de redelijke termijn derhalve niet overschreden. De Rechtbank heeft belanghebbendes verzoek om vergoeding van immateriële schade dan ook terecht afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3dddfab72f25ab168c8e773cbe074c0e515aceb017c965530aa07b4ebde11388. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3dddfab72f25ab168c8e773cbe074c0e515aceb017c965530aa07b4ebde11388, en de alinea staat in dat document op bytes 23392 tot 24618.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3dddfab72f25ab168c8e773cbe074c0e515aceb017c965530aa07b4ebde11388 | shasum -a 256