Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 januari 2022

Onder 3.4 Gerechtshof Den Haag 25 januari 2022

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 januari 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:74.

Eiseres wijst er terecht op dat het van de zijde van verweerder na de ontvangstbevestiging van 3 april 2019 stil is gebleven totdat de ingebrekestelling is verzonden. De rechtbank is van oordeel dat dit niet de schoonheidsprijs verdient. Dat dit komt door ziekte van een medewerker, waar verweerder op heeft gewezen, kan niet voor rekening en risico komen van eiseres. Dit neemt echter niet weg dat (de gemachtigde van) eiseres zich had moeten realiseren dat op het moment dat hij verweerder in gebreke stelde, verweerder binnen een termijn van twee weken een uitspraak op het bezwaar zou willen nemen en dat, alvorens die uitspraak te nemen, ook een hoorzitting zou worden gepland. Op grond van artikel 4:17, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is verweerder immers een dwangsom verschuldigd nadat twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling zijn verstreken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b7a2ac65fd7a0d4f1b519867f2a6381638d0bad7190522ee342ef1d9d4b791a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b7a2ac65fd7a0d4f1b519867f2a6381638d0bad7190522ee342ef1d9d4b791a9, en de alinea staat in dat document op bytes 18510 tot 19402.