Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 oktober 2023

Onder 4.2 Gerechtshof Den Haag 17 oktober 2023

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 oktober 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2049.

[appellant] heeft aan deze vorderingen ten grondslag gelegd dat de Staat onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld. [appellant] stelt zich in de eerste plaats op het standpunt dat er nooit een redelijk vermoeden van schuld als bedoeld in artikel 27 Sv heeft bestaan. De Belastingdienst heeft in een rapport ongefundeerd geconcludeerd dat [appellant] zich schuldig zou hebben gemaakt aan belastingfraude. De fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD) en het Openbaar Ministerie (OM) hadden dit rapport niet blindelings mogen volgen en hadden op basis van de beschikbare informatie moeten concluderen dat er geen enkele aanwijzing was dat [appellant] zich op enige wijze schuldig had gemaakt aan belastingfraude. In ieder geval was er voldoende aanleiding om de vervolging te staken toen [betrokkene] in 2016 werd veroordeeld voor belastingfraude, waarbij duidelijk werd dat deze fraude op zodanige wijze was gepleegd dat [appellant] daar niet eens wetenschap van had kunnen hebben. In de tweede plaats stelt [appellant] zich op het standpunt dat uit het vrijsprekende arrest van de strafkamer van het hof Arnhem-Leeuwarden van 4 september 2019 is gebleken dat hij onschuldig is en dat dus achteraf is gebleken dat de Staat hem ten onrechte heeft vervolgd

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc4eadfe29d629b7f2a621cddbe2704bc22034fc2eb558f56975c7e7fcb9d94b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc4eadfe29d629b7f2a621cddbe2704bc22034fc2eb558f56975c7e7fcb9d94b, en de alinea staat in dat document op bytes 13132 tot 14412.