Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 oktober 2023

Onder 6.7. Gerechtshof Den Haag 17 oktober 2023

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 oktober 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2049.

Dit betoog slaagt niet. Een onherroepelijke vrijspraak is geen noodzakelijke voorwaarde voor een beroep op de a-grond of b-grond. Een vrijspraak betekent volgens vaste rechtspraak nog niet zonder meer dat voldaan is aan het strenge “gebleken onschuld-criterium” (de b-grond) en omgekeerd kan bijvoorbeeld juist wel sprake zijn van gebleken onschuld in geval van een sepot. Daarnaast kan een beroep op de a-grond ook mogelijk zijn in geval van een veroordeling, bijvoorbeeld als een dwangmiddel is toegepast voordat sprake was van een redelijke verdenking of als sprake is geweest van een disproportionele toepassing van dwangmiddelen. Voor zover [appellant] bedoelt te stellen dat hij gedwongen zou zijn geweest in strijd met artikel 21 Rv te handelen als hij was gaan procederen voordat hij was vrijgesproken, is dit onjuist: als een uitspraak er nog niet is, kan die natuurlijk ook niet worden overgelegd. Het feit dat het verstandig kan zijn om pas een procedure aanhangig te maken als een vervolging voor de verdachte positief is afgerond en een vrijspraak (of sepotbeslissing) kan worden overgelegd, brengt niet mee dat de verjaringstermijn niet eerder kan zijn gaan lopen. [appellant] miskent namelijk dat hij de verjaring in ieder geval al kon stuiten. Niet valt in te zien waarom dat niet van hem gevraagd kon worden. Zijn stelling dat hij niet hoefde te stuiten omdat de verjaringstermijn nog niet liep klopt gezien het voorgaande in elk geval niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc4eadfe29d629b7f2a621cddbe2704bc22034fc2eb558f56975c7e7fcb9d94b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc4eadfe29d629b7f2a621cddbe2704bc22034fc2eb558f56975c7e7fcb9d94b, en de alinea staat in dat document op bytes 21958 tot 23434.