Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 oktober 2023

Onder 6.14. Gerechtshof Den Haag 17 oktober 2023

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 oktober 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2049.

[appellant] voert aan dat de Staat niet in een nadeligere bewijspositie is geraakt doordat hij pas begin 2020 aansprakelijk is gesteld, omdat de Staat het strafdossier toch onder zich moest houden zolang de strafzaak nog liep, en dat ook is gebleken dat de Staat in staat was zich inhoudelijk tegen de aansprakelijkstelling te verweren. De vraag of de aangesprokene naar redelijkheid nog de mogelijkheid heeft om zich tegen de vordering te verweren, is op zichzelf inderdaad één van de gezichtspunten die volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad moeten worden betrokken bij het oordeel of onder de omstandigheden van een concreet geval een beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is . Dat een beroep op verjaring in dit concrete geval reeds om die reden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, is echter te kort door de bocht. Dat zou betekenen dat in alle gevallen waarin de aangesprokene nog over de relevante stukken beschikt, een beroep op verjaring niet meer mogelijk is. Een dergelijke (rechts)regel bestaat niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc4eadfe29d629b7f2a621cddbe2704bc22034fc2eb558f56975c7e7fcb9d94b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc4eadfe29d629b7f2a621cddbe2704bc22034fc2eb558f56975c7e7fcb9d94b, en de alinea staat in dat document op bytes 30469 tot 31649.