Citaat | Gerechtshof Den Haag 21 maart 2023

Onder 3.7 Gerechtshof Den Haag 21 maart 2023

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 21 maart 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:469.

Voor het vestigen van een basisvoorziening of het aanbieden van aanvullende voorzieningen is een publiekrechtelijke vergunning nodig op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr). Op grond van artikel 3, eerste lid, Wbr geldt een afgebakend toetsingskader bij de beslissing om al dan niet een vergunning te verlenen. Weigering, wijziging of intrekking van een vergunning kan slechts geschieden ter bescherming van waterstaatswerken (een verzorgingsplaats is een waterstaatswerk) en ter verzekering van het doelmatig en veilig gebruik van die werken. Voor aanvullende voorzieningen bevat de Kennisgeving nadere criteria: uitgangspunt is dat aanvullende voorzieningen zijn toegestaan indien (i) daarvoor voldoende ruimte beschikbaar is op de verzorgingsplaats; (ii) zij een functionele relatie met het weggebruik hebben; (iii) zij geen afbreuk doen aan de verkeersveiligheid en de sociale veiligheid en (iv) zij geen verkeer aantrekkende werking hebben.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/781c076484aa03b3bb6bf048666501a760d9b64307f5b392461268a62475ba25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 781c076484aa03b3bb6bf048666501a760d9b64307f5b392461268a62475ba25, en de alinea staat in dat document op bytes 16592 tot 17595.