Citaat | Gerechtshof Den Haag 21 maart 2023
Onder 3.17 Gerechtshof Den Haag 21 maart 2023
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 21 maart 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:469.
In zijn uitspraak van 23 januari 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRvS) de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 4 juli 2017 bevestigd . De ABRvS heeft hierbij onder meer overwogen dat een vergunning op grond van artikel 3:1, eerste lid, van de Wbr slechts kan worden geweigerd ter bescherming van waterstaatswerken en ter verzekering van een doelmatig en veilig gebruik van die werken, en dat de feitelijke uitvoerbaarheid van de vergunning (vanwege het al dan niet bestaan van een evidente privaatrechtelijke belemmering) hier niet onder valt. Verder heeft de ABRvS overwogen dat de feitelijke uitvoerbaarheid van de vergunning evenmin een belang raakt als bedoeld in het tweede lid. De ABRvS heeft daarom geconcludeerd dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de vergunningen niet kunnen worden geweigerd wegens een evidente privaatrechtelijke belemmering en evenmin wegens strijd met de ratio van de Veilingwet (uitspraak ABRvS, alinea 4.3.).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/781c076484aa03b3bb6bf048666501a760d9b64307f5b392461268a62475ba25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 781c076484aa03b3bb6bf048666501a760d9b64307f5b392461268a62475ba25, en de alinea staat in dat document op bytes 22529 tot 23603.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/781c076484aa03b3bb6bf048666501a760d9b64307f5b392461268a62475ba25 | shasum -a 256