Citaat | Gerechtshof Den Haag 3 september 2024

Onder 7.12 Gerechtshof Den Haag 3 september 2024

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 3 september 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1577.

Het hof ziet daarom geen grond voor het oordeel dat de Minister onrechtmatig jegens (de leden van) D&IN handelde door de statistische diensten die niet worden bekostigd vanuit de jaarlijkse bijdrage van het ministerie van EZK voortaan ‘aanvullende statistische diensten’ te noemen die (nog steeds) niet vallen onder het begrip ‘werkzaamheden voor derden’, of door grenzen en eisen te stellen aan de werkzaamheden die het CBS hiertoe verricht. De memorie van toelichting uit 2015 gaf daarvoor steun. Omdat het bij deze ‘aanvullende statistische diensten’ gaat om activiteiten die nauw met de uitoefening van een overheidsprerogatief zijn verbonden is evenmin sprake van door de Mededingingswet verboden economische activiteiten. Op grond van de regelgeving mocht het CBS deze werkzaamheden in zijn (jaar)stukken rangschikken onder (of ‘her-etiketteren’ als) de post ‘aanvullende statistische dienst’ of een post met een soortgelijke benaming, omdat het werk door (alleen) de veranderde wijze van bekostiging niet van karakter was veranderd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e91abb0dbcc0b65eabbd212432af6921fd339ff8622cfd5eebb9c333f688c53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e91abb0dbcc0b65eabbd212432af6921fd339ff8622cfd5eebb9c333f688c53, en de alinea staat in dat document op bytes 46497 tot 47600.