Citaat | Gerechtshof Den Haag 11 maart 2025

Onder 6.3 Gerechtshof Den Haag 11 maart 2025

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 11 maart 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:317.

De inzagevordering wordt daarom begrensd door drie vereisten: (1) de eiser/verzoeker moet een rechtmatig belang hebben bij afgifte of inzage, (2) het moet gaan om ‘bepaalde bescheiden’ en (3) de stukken moeten betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarbij de (rechtsvoorganger van) eiser/verzoeker partij is. Voor dit laatste vereiste geldt als maatstaf – zo oordeelde de Hoge Raad in het Semtex-arrest – dat het bestaan van de rechtsbetrekking waarop de vordering of het verzoek ziet, voldoende aannemelijk moet zijn. Die maatstaf stelt de rechter in staat een evenwicht te vinden tussen het belang van eiser of verzoeker om de waarheid te kunnen achterhalen en zijn bewijspositie te versterken, en het belang van verweerder om geen vertrouwelijke informatie prijs te hoeven geven en om verschoond te blijven van de ingrijpende maatregel die exhibitie niet zelden is. Die maatstaf biedt de rechter voorts voldoende ruimte om rekening te houden met de aard van het onderliggende geschil en de overige omstandigheden van het geval, waaronder de omvang van de gevorderde exhibitie en de mogelijkheid om het bestaan van de gestelde vordering met andere bewijsmiddelen te onderbouwen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d525929e1b2a271d86031bcf1bbc72ac77d37ce1b3f9834da7fd7275f38e4afd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d525929e1b2a271d86031bcf1bbc72ac77d37ce1b3f9834da7fd7275f38e4afd, en de alinea staat in dat document op bytes 31424 tot 32631.