Citaat | Gerechtshof Den Haag 11 maart 2025

Onder 6.9 Gerechtshof Den Haag 11 maart 2025

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 11 maart 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:317.

Verder is MWA van mening dat voor zover in rov. 4.22 van de bestreden beschikking (waarin de rechtbank haar beslissing over de proceskosten heeft aangehouden tot de eindbeslissing) gegrond is op de stelling dat MWA wist dat zij geen vordering heeft op Oceanco, dat volstrekt ten onrechte is. Hetzelfde geldt voor zover in rov. 4.19 – 4.21 (de overwegingen met betrekking tot de kosten van het exhibitieverzoek en bewijsbeslag) van de bestreden beschikking besloten zou liggen dat MWA aansprakelijk is voor de door Oceanco als gevolg van het gelegde bewijsbeslag geleden schade. Weliswaar kan sprake zijn van een risicoaansprakelijkheid van de beslagcrediteur, maar in het onderhavige geval is sprake van bijzondere omstandigheden die maken dat het door MWA gelegde bewijsbeslag niet onrechtmatig is geweest. En zo als sprake zou zijn van onrechtmatigheid, maakt de handelwijze van Oceanco ter zake dat sprake is van eigen schuld in de zin van art. 6:101 BW, als gevolg waarvan de vergoedingsplicht van MWA dient te worden verminderd tot nihil, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, aldus nog steeds MWA.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d525929e1b2a271d86031bcf1bbc72ac77d37ce1b3f9834da7fd7275f38e4afd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d525929e1b2a271d86031bcf1bbc72ac77d37ce1b3f9834da7fd7275f38e4afd, en de alinea staat in dat document op bytes 41062 tot 42192.