Citaat | Gerechtshof Den Haag 3 april 2025

Onder 4.2.2. Gerechtshof Den Haag 3 april 2025

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 3 april 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:565.

[Y] stelt zich op het standpunt dat uit de al overgelegde machtiging volgt dat zij bevoegd is om belanghebbende in de onderhavige procedure te vertegenwoordigen. Daartoe voert zij aan dat door [Y] meerdere (hoger)beroepsprocedures zijn gevoerd met inhoudelijk dezelfde machtiging, dat zich geen omstandigheid heeft voorgedaan als bedoeld in artikel 3:72 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en in het bijzonder dat zij nooit een verklaring heeft ontvangen waaruit zou blijken dat de machtiging is ingetrokken. Voorts wijst [Y] op artikel 3:61, lid 2, BW dat het Hof volgens [Y] de mogelijkheid biedt op de volmacht te vertrouwen. Het Hof had daarom geen recente machtiging en een kopie van een identiteitsbewijs van belanghebbende mogen verlangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d7bf9e810c1a8576b7a77dcf15e1d225cd1f22d643a9a6172a8cae789e4b53c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d7bf9e810c1a8576b7a77dcf15e1d225cd1f22d643a9a6172a8cae789e4b53c, en de alinea staat in dat document op bytes 38501 tot 39267.