Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 maart 2026

Onder 2.7.9 Gerechtshof Den Haag 17 maart 2026

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:405.

Het hof stelt vast dat [geïntimeerde] wist of redelijkerwijze heeft kunnen weten dat de boedel van SDW leeg was (gelet op de turboliquidatie die had plaatsgevonden) en de bestuurdersaansprakelijkheidsvordering het enige actief zou zijn. Door het aanvragen van het faillissement van SDW heeft [geïntimeerde] feitelijk getracht te bewerkstelligen dat de curator onderzoek voor haar (en [betrokkene]) zou gaan verrichten naar de kans van slagen van deze vordering, terwijl voor [geïntimeerde] voorzienbaar was dat de curator een (overigens) lege boedel zou aantreffen, met als gevolg dat het door de curator te verrichten onderzoek naar een (mogelijke) vordering op grond van bestuurdersaansprakelijkheid in beginsel voor eigen rekening en risico van de curator zou geschieden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de38dcd659606735e79267c9525449e3b1ed9d5522bf229196056bb4b5dab4a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de38dcd659606735e79267c9525449e3b1ed9d5522bf229196056bb4b5dab4a3, en de alinea staat in dat document op bytes 20731 tot 21522.