Citaat | Gerechtshof Den Haag 31 maart 2026
Onder 1.2 Gerechtshof Den Haag 31 maart 2026
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 31 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:494.
De kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter) heeft geoordeeld dat dit het geval is. Het gerechtshof Amsterdam (hierna: hof Amsterdam) is tot een tegengestelde uitkomst gekomen. De Hoge Raad heeft de zaak verwezen naar dit hof na te hebben overwogen dat de rechter, ook als de bewoordingen van de werkingssfeerbepalingen onduidelijk zijn, de betekenis van de gebruikte bewoordingen aan de hand van objectieve maatstaven moet vaststellen. De Hoge Raad heeft de in de conclusie van de Advocaat-Generaal (AG) gegeven uitleg onderschreven dat ‘voor het antwoord op de vraag of een onderneming kwalificeert als een onderneming op het gebied van het bouw & infrabedrijf in de zin van het Verplichtstellingsbesluit onder A, lid 2 sub a onder 1 beslissend [is] welke werkzaamheden worden verricht door deze onderneming ten behoeve van derden.’
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2ff9f0ecba525299297ac576731835d7e09c4d302318974df8857f57efb4d9b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2ff9f0ecba525299297ac576731835d7e09c4d302318974df8857f57efb4d9b, en de alinea staat in dat document op bytes 6666 tot 7560.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e2ff9f0ecba525299297ac576731835d7e09c4d302318974df8857f57efb4d9b | shasum -a 256