Citaat | Gerechtshof Den Haag 31 maart 2026

Onder 5.8 Gerechtshof Den Haag 31 maart 2026

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 31 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:494.

Het beroep van [appellante] op het arrest van het hof Amsterdam 30 mei 2017 ( [naam onderneming] , ECLI:NL:GHAMS:2017:2052) maakt dit niet anders. In die zaak had de onderneming [naam onderneming] niets van doen met het uitvoeren van bouwwerken c.q bouwactiviteiten (op te vatten als woningen, gebruiks- of bedrijfsgebouwen dan wel andere constructies van bouwkundige aard). [naam onderneming] leverde de steigers (voor de bouw van voormelde woningen, gebouwen en constructies benodigde hulpmiddelen) en bouwde deze op en af tegen een all-in huurprijs. Daarmee was zij, anders dan [appellante] , ver verwijderd van de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel A lid sub a onder 1 onder a Verplichtstellingsbesluit. De vergelijking gaat dus mank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2ff9f0ecba525299297ac576731835d7e09c4d302318974df8857f57efb4d9b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2ff9f0ecba525299297ac576731835d7e09c4d302318974df8857f57efb4d9b, en de alinea staat in dat document op bytes 33230 tot 33990.