Citaat | Gerechtshof Den Haag 31 maart 2026

Onder 5.18 Gerechtshof Den Haag 31 maart 2026

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 31 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:494.

Het hof ziet geen reden om voor wat betreft de aanlevering van gegevens door [appellante] aan de bouwfondsen af te wijken van het vonnis. [appellante] is voor wat betreft de door het bestuur van Bpf Bouw bepaalde wijze van aanleveren gebonden aan de artikelen 4 lid 2 en 14 lid 3 van het Uitvoeringsreglement juncto artikel 4 Wet Bpf 2000. Het feit dat er 150.000 werknemers bij Bpf Bouw zijn aangesloten vergt een systematische verwerking van gegevens en daarom is het redelijk, en geenszins naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, dat de gegevens op een voorgeschreven wijze moeten worden aangeleverd. Het hof handhaaft daarom het dictum van de kantonrechter op dit punt, met dien verstande dat tussen partijen vaststaat dat [appellante] tot aan het arrest van het hof Amsterdam op 9 mei 2023 de gegevens op acceptabele wijze heeft aangeleverd. incidentele grieven

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2ff9f0ecba525299297ac576731835d7e09c4d302318974df8857f57efb4d9b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2ff9f0ecba525299297ac576731835d7e09c4d302318974df8857f57efb4d9b, en de alinea staat in dat document op bytes 42282 tot 43233.