Citaat | Gerechtshof Den Haag 31 maart 2026

Onder 5.20 Gerechtshof Den Haag 31 maart 2026

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 31 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:494.

[appellante] voert aan dat geen wettelijke handelsrente kan worden gevorderd door Bpf Bouw omdat niet voldaan is aan artikel 6:119a BW. Bpf Bouw bestrijdt dit. De vraag of op basis van een uitvoeringsreglement wettelijke handelsrente kan worden gevorderd is eerder aan de orde geweest. Het hof Amsterdam heeft in de arresten van 20 juni 2017, rov 2.17 (geciteerd in de hierna te noemen conclusie van de AG), herhaald in het eindarrest van 3 juli 2018, rov 2.2 (ECLI:NL:GHAMS:2018:2246), geoordeeld dat het verplichte bedrijfstakpensioenfonds de wettelijke handelsrente kan hanteren omdat dit in het bindende uitvoeringsreglement is bepaald. De AG heeft zich in zijn conclusie bij deze opvatting aangesloten (ECLI:NL:PHR:2019:1283, randnummers 3.12-3.14) vgl ook ECLI:NL:HR:2020:886). Ook dit hof sluit zich hierbij aan. De wettelijke handelsrente over de vordering van Bpf Bouw ter grootte van € 115.988,36 is toewijsbaar als gevorderd: [appellante] heeft geen bezwaar gemaakt tegen de gevorderde ingangsdatum voor deze rente (11 juni 2020). Voor wat betreft de vorderingen van het Opleidingsfonds ad € 7.970,94 en van het Aanvullingsfonds ad € 14.347,69, is de wettelijke rente, het mindere ten opzichte van de wettelijke handelsrente, toewijsbaar. De ingangsdatum kan niet gekoppeld zijn aan het Uitvoeringsreglement van Bpf Bouw. Het hof zal de datum bepalen op 23 oktober 2020, twee weken nadat de twee fondsen hun vordering in rechte hebben ingesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2ff9f0ecba525299297ac576731835d7e09c4d302318974df8857f57efb4d9b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2ff9f0ecba525299297ac576731835d7e09c4d302318974df8857f57efb4d9b, en de alinea staat in dat document op bytes 44450 tot 45936.