Citaat | Gerechtshof Den Haag 31 maart 2026

Onder 5.21 Gerechtshof Den Haag 31 maart 2026

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 31 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:494.

[appellante] maakt evenzeer bezwaar tegen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten. Ook hier geldt dat het Uitvoeringsreglement niet van toepassing is op het Opleidingsfonds en het Aanvullingsfonds. Omdat deze fondsen hun vordering baseren op dit reglement, zijn de vorderingen niet toewijsbaar. Het Uitvoeringsreglement kan een basis zijn voor de vordering van incassokosten door Bpf Bouw. [appellante] betoogt dat niet voldaan is aan de dubbele redelijkheidstoets. Zij bestrijdt dat de gevorderde kosten (€ 20.746,99) redelijkerwijze noodzakelijk waren en dat de omvang redelijk is. Zij wijst in dat verband op de proceshouding van Bpf Bouw, de weigering om inhoudelijk op argumenten van [appellante] te reageren en het ontbreken van een specificatie van de kosten. Volgens Bpf Bouw hebben de buitengerechtelijke incassokosten meer het karakter van een boete maar zij heeft dat niet toegelicht. Daarmee heeft zij het verweer van [appellante] onvoldoende bestreden. De buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2ff9f0ecba525299297ac576731835d7e09c4d302318974df8857f57efb4d9b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2ff9f0ecba525299297ac576731835d7e09c4d302318974df8857f57efb4d9b, en de alinea staat in dat document op bytes 46000 tot 47074.