Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002

Alinea 135 Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002, ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1877.

79. De advocaat-generaal heeft gesteld dat het scenario dat H.d.B., G.S., W.B. en W.V. onvrijwillige en in elk geval over de gehele linie alle vier faliekant onjuiste verklaringen zouden hebben afgelegd en dat H.d.B. en W.V. daarom volstrekt ten onrechte zijn veroordeeld zo ongelooflijk onwaarschijnlijk is dat het slechts aannemelijk zou moeten worden geacht wanneer daartegenover een gang van zaken wordt geschetst die de beide heren met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid als dader uitsluit. Ter onderbouwing van zijn uitgangspunt wijst hij op de verhoren van de verbalisanten voor het hof, op de ter terechtzitting van het hof gegeven analyse van de deskundige [deskundige 9] - die er in de visie van de advocaat-generaal op neerkomt dat de verbalen naar waarheid zijn opgemaakt, dat er integer door de politiemensen is verhoord en dat van ontoelaatbaar handelen niet blijkt - en op de volgens de advocaat-generaal harde data die overigens voorhanden zijn. Dit uitgangspunt kan het hof in het licht van al hetgeen hiervoor is overwogen niet delen. Daarvoor is gebleken van te veel feiten en omstandigheden die los van de door H.d.B.c.s. afgelegde bekennende verklaringen twijfel doen rijzen aan het daderschap van H.d.B. en W.V..

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a, en de alinea staat in dat document op bytes 82785 tot 84040.