Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002
Alinea 136 Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002
Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002, ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1877.
80. Het voorgaande neemt niet weg dat een bevestigende beantwoording van de vraag of vier personen op hoofdlijnen gelijkluidende onjuiste bekennende verklaringen over verkrachting en doodslag kunnen afleggen op het eerste gezicht niet voor de hand ligt. Het is immers moeilijk voor te stellen dat men in strijd met de waarheid bekent zulke ernstige delicten als verkrachting en doodslag te hebben gepleegd dan wel te hebben gezien dat anderen, met wie men een goede familie- of vriendschapsrelatie heeft, die feiten hebben gepleegd en dat men daar ook nog zo uitgebreid over verklaart. Voorts zijn de afgelegde verklaringen, voor zover deze substantiële uitlatingen over die strafbare feiten inhielden, door de rechter-commissaris aan de verdachten voorgehouden met de vraag of zij bij die verklaringen bleven, waarop zij in het vooronderzoek doorgaans uiteindelijk bevestigend hebben geantwoord.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a, en de alinea staat in dat document op bytes 84060 tot 84973.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a | shasum -a 256