Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002

Alinea 140 Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002, ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1877.

b. Deze desoriëntatie moet zijn versterkt doordat de verdachten tijdens de verhoren - en ook al toen zij werden gehoord als getuigen - werden geconfronteerd met feiten die als vaststaand werden gepresenteerd maar niet vaststonden en zelfs niet uitgesloten moet worden geacht dat deze feiten niet met de werkelijkheid overeenstemmen. Aan de verdachten is gezegd dat de auto van G.S. op zondagmiddag 9 januari 1994 in het bos in de nabijheid van Driewegenweg 41 was gesignaleerd. Zoals hiervoor is overwogen staat dat allesbehalve vast. Voorts is aan de verdachten gezegd dat er vezels waren gevonden waaruit bleek dat H.d.B. op de plaats van het delict was geweest. Zoals het hof hiervoor heeft overwogen wordt die conclusie niet gedragen door het onderzoek van het Gerechtelijk Laboratorium c.q. het Nederlands Forensisch Instituut.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a, en de alinea staat in dat document op bytes 85841 tot 86687.