Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002

Alinea 144 Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002, ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1877.

e. Hetzelfde geldt voor de steun die voor zijn oorspronkelijke verklaringen en voor zijn onlangs tegenover de politie afgelegde verklaring te vinden lijkt te zijn in de in februari/maart 2002 afgelegde verklaringen van zijn moeder, zijn oom E., zijn tante C. en zijn nicht D.. Zoals hiervoor reeds is aangegeven moet aan de juistheid van deze verklaringen worden getwijfeld voor zover daarin wordt aangegeven dat W.B. op de avond na de moord bij zijn moeder is gekomen, erg onrustig was en die nacht bij haar is blijven slapen. Voorts verklaren C. en haar dochter D. uitgebreider en gedetailleerder over hetgeen W.B. volgens E. aan hem zou hebben verklaard dan blijkt uit de verklaring van E. zelf. Wanneer ook nog in aanmerking wordt genomen dat de verklaringen pas zijn afgelegd ruim acht jaar nadat C.A. om het leven is gebracht, roept dit de vraag op of en in hoeverre de getuigen na zoveel tijd feiten en omstandigheden, die zij zelf hebben waargenomen of ondervonden, nog hebben weten te scheiden van feiten en omstandigheden waarvan zij hebben gehoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a, en de alinea staat in dat document op bytes 89174 tot 90250.