Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002
Alinea 35 Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002
Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002, ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1877.
10. Het vorenoverwogene brengt mee dat eerst moet worden nagegaan of, afgezien van de door laatstgenoemde vier personen afgelegde bekennende verklaringen, bewijs aanwezig is dat H.d.B.en/of W.V. op zondagmiddag 9 januari 1994 met het slachtoffer in aanraking zijn geweest, op de plaats van het delict zijn geweest of in de nabijheid van die plaats hebben vertoefd. De omstandigheid dat W.B., nadat hij ter zitting van het hof onder ede is gehoord, nadien bij de politie - na aanvankelijke bevestiging - op die verklaring uiteindelijk toch weer is teruggekomen, maakt dit niet anders.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a, en de alinea staat in dat document op bytes 17177 tot 17774.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a | shasum -a 256