Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002

Alinea 43 Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002, ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1877.

17. Dat zeer terughoudend moet worden omgegaan met de resultaten van het onderzoek van de schaamhaar wordt nog versterkt door het feit, dat de onderzochte schaamhaar pas op de trui is aangetroffen nadat de trui voor de tweede keer op het Gerechtelijk Laboratorium is onderzocht, terwijl de trui in de periode tussen het eerste en het tweede onderzoek door de politie te Putten is bewaard op een wijze waardoor niet valt uit te sluiten dat de schaamhaar op andere manier op de trui terecht is gekomen dan tijdens het plegen van de onderhavige delicten. Bedacht dient immers te worden dat het niet gaat om de vraag hoe groot het gevaar is dat een schaamhaar van W.V. in die periode op de trui terecht is gekomen maar hoe groot het gevaar is dat een schaamhaar met een mitochondriaal DNA gelijk aan dat van W.V. toen daar is terecht gekomen. Dit laatste gevaar is in het licht van het feit dat dat mitochondriaal DNA blijkens het rapport van [deskundige 2] allesbehalve als uniek kan worden aangemerkt vele malen groter dan in geval het om uniek DNA-materiaal zou gaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a, en de alinea staat in dat document op bytes 22054 tot 23135.