Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002

Alinea 55 Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002, ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1877.

23. Het hof kan de opvatting van de officier van justitie niet delen. Anders dan de officier van justitie wil gaat het hier om een waarschijnlijkheidsoordeel van feitelijke aard. Het waarschijnlijkheidsoordeel van het Gerechtelijk Laboratorium wordt gerelateerd aan de frequentie van voorkomen van die vezelmaterialen zoals blijkt uit de door het Gerechtelijk Laboratorium daartoe gehanteerde databank en aan het aantal aangetroffen vezels, die microscopisch niet zijn te onderscheiden van de vezels verwerkt in een voorwerp waarvan die vezels afkomstig zouden zijn. Daar komt in het onderhavige geval nog bij dat de mat en het vloerkleed waren geknoopt van materiaal dat - ook al was dat ten tijde van de onderhavige delicten al enige jaren geleden - in Putten werd verkocht. Daarom kan het allesbehalve uitgesloten worden dat de op de housebroek van H.d.B.aangetroffen vezels afkomstig zijn van een ander voorwerp dan de mat en/of het vloerkleed aangetroffen in de woonkamer van Driewegenweg 41. Dit klemt temeer nu in het onderzoek in het geheel niet is nagegaan of kan worden uitgesloten dat de op de housebroek aangetroffen vezels afkomstig zijn van een andere bron dan die mat en dat vloerkleed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a, en de alinea staat in dat document op bytes 26780 tot 27996.