Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002

Alinea 70 Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002, ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1877.

Op 16 februari 1994 (9.3) verklaart de getuige dat na de laatste rit, waarvan zij zegt te weten dat Koss deze reed, meteen het lege podium in beeld kwam en dat zij direct daarna met haar man is gaan wandelen. Van de zijde van de advocaat-generaal is gesteld dat dit betekent dat zij reeds kort na 16.45 uur, toen de laatste rit volgens het NOB was afgelopen, met haar man is gaan wandelen. Dit tijdstip past echter niet alleen niet bij haar eerdere verklaringen, maar bovendien is het hof ter gelegenheid van de gerechtelijke plaatsopneming gebleken dat op 9 januari om 16.45 uur de schemer nog niet is ingevallen terwijl voorts de getuige zich vergist in de persoon die de laatste rit reed omdat uit mededeling van het NOB blijkt dat de rit van Koss reeds is geëindigd om ca. 16.00 uur. De getuige moet zich dus in haar laatste verklaring hebben vergist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a, en de alinea staat in dat document op bytes 38143 tot 39013.