Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002
Alinea 79 Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002
Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002, ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1877.
38. Gezien het feit dat [getuige 10] verschillende, op essentiële onderdelen, zoals de inzittenden van de auto en het tijdstip van vertrek, niet met elkaar te rijmen verklaringen heeft afgelegd, rijst in het licht van hetgeen de rechter-commissaris heeft gemeld over de geestelijke capaciteiten van [getuige 10] de vraag of [getuige 10] ten tijde van het afleggen van zijn verklaringen, waarvan de eerste pas is afgelegd een maand na 9 januari 1994, wel een concrete herinnering heeft gehad aan de bewuste zondagmiddag. Dat wordt niet anders door de verklaring van [getuige 10] op 28 juni 1995 ter zitting van het gerechtshof te Arnhem, waarin hij zegt zich te herinneren dat H.d.B. c.s. op zondagmiddag 9 januari 1994 zijn wezen rijden en dat hij hen naderhand toen hij aan het wandelen was weer is tegengekomen. Kennelijk herhaalt [getuige 10] hier immers zijn hiervoor weergegeven verklaring van 10 februari 1994, zij het zonder de daarin opgenomen details.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a, en de alinea staat in dat document op bytes 43469 tot 44445.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a | shasum -a 256