Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002

Alinea 80 Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002, ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1877.

39. Ook voor W.B. geldt dat het de vraag is of hij ten tijde van het afleggen van zijn verklaringen, waarvan de eerste pas is afgelegd een maand na 9 januari 1994, wel een concrete herinnering heeft gehad aan de bewuste zondagmiddag. Weliswaar heeft hij een maand na die middag, gehoord als getuige (D1), inderdaad verklaard dat hij bijna zeker weet dat hij die zondag omstreeks 16.00 uur met G.S. en [getuige 10] is wezen rijden om de honden uit te laten, maar daarbij refereert hij aan de gebruikelijke gang van zaken op zondagmiddag. Bovendien noemt hij net als [getuige 10] als inzittenden van de auto zichzelf, G.S. en [getuige 10]. In zijn tweede verklaring (D2) - nadat hij met de politie is wezen rijden langs Driewegenweg 41 - noemt hij in plaats van [getuige 10] H.d.B. en W.V. als inzittenden. Nu is het wel zo dat hij, evenals de getuige [getuige 2], spreekt over het oppakken van een hondje op die bewuste zondagmiddag, maar daar staat weer tegenover dat hij verklaart over een man en een vrouw of een vrouw alleen terwijl de getuige [getuige 2] in het gezelschap was van twee vrouwen en een meisje.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a, en de alinea staat in dat document op bytes 44465 tot 45594.