Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002
Alinea 81 Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002
Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002, ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1877.
40. Het vorenoverwogene wordt niet anders wanneer in aanmerking wordt genomen dat de moeder van W.B., haar zuster C., haar nicht D. en haar zwager E., gelezen in onderling verband en samenhang, in februari c.q. maart van het jaar 2002 verklaren dat W.B. op de avond van de moord bij zijn moeder is gekomen, erg onrustig was en de nacht van zondag op maandag bij zijn moeder zou hebben geslapen. Het hof hecht aan deze verklaringen geen waarde. W.B.'s moeder verklaarde immers op 8 februari 1994, dus relatief kort na 9 januari 1994, dat zij niet wist of W.B. op 9 januari 1994 nog bij haar op bezoek was geweest. Bovendien bevat het dossier geen enkele aanwijzing dat W.B. reeds op 9 januari 1994 niet meer bij G.S. durfde te slapen. W.B. heeft de familie S. waarschijnlijk pas na zijn invrijheidstelling op 22 maart 1994, in elk geval niet voor 8 februari 1994 verlaten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a, en de alinea staat in dat document op bytes 45614 tot 46500.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a | shasum -a 256