Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002

Alinea 86 Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002, ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1877.

42. In een telefoongesprek, dat H.d.B.nadat hij op 8 februari 1994 door de politie als getuige is gehoord voert met een broer van G.S., H., vertelt H.d.B.dat hem is gevraagd of hij die zondag bij G.S. was geweest. Hij geeft aan dat hij dat echt niet meer weet, dat het zo wel geweest kan zijn maar net zo goed niet. De inhoud van dit gesprek weerspiegelt de onzekerheid die spreekt uit de eerste verklaringen van G.S. en [getuige 11] en hun familieleden toen hen door de politie werd gevraagd te verklaren over wat zij een maand eerder op zondagmiddag hadden gedaan. Die verklaringen houden ook in dat men zich na de eerste vragen van de politie vervolgens aan de hand van onder meer agenda's heeft proberen te herinneren wat men die zondagmiddag had gedaan, een gang van zaken die het hof op zich niet ongewoon voorkomt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a, en de alinea staat in dat document op bytes 48579 tot 49416.