Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002

Alinea 87 Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002, ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1877.

43. Uit de verklaringen van de hiervoor genoemde vier toenmalige verdachten en van de getuigen [getuige 10] en [getuige 11] alsmede uit de inhoud van het telefoongesprek tussen [getuige 11] en W.B. op 8 februari 1994 omstreeks 14.41 uur valt op te maken dat er met W.B. en [getuige 10] over is gesproken dat men desgevraagd zou zeggen dat men op zondagmiddag 9 januari 1994 niet was wezen rijden. [getuige 11] heeft ter terechtzitting van het hof de hiervoor in de ogen van het hof niet onbegrijpelijke uitleg gegeven dat zij en haar man wilden voorkomen dat W.B., aan wie zij en haar man veel zorg hadden besteed en met wie het bergopwaarts ging, in problemen zou raken doordat hij in het verleden was veroordeeld voor een zedenmisdrijf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a, en de alinea staat in dat document op bytes 49436 tot 50190.