Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002

Alinea 89 Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 24 april 2002, ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1877.

45. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het hof, los van de bekennende verklaringen die H.d.B., W.V., G.S. en W.B. hebben afgelegd, niet tot de overtuiging kan komen dat H.d.B., W.V., G.S. en W.B. op zondagmiddag 9 januari 1994 met de Mercedes [kenteken] zijn wezen rijden in het bosgebied rond Driewegenweg 41 te Putten. Dit is niet anders wanneer hetgeen is overwogen met betrekking tot het rijden met de Mercedes in het bos wordt beschouwd in samenhang met hetgeen is overwogen met betrekking tot het signaleren van die Mercedes in het bos. De waarnemingen van getuigen, die zeggen de Mercedes van G.S. te hebben zien rijden, zijn daarvoor niet betrouwbaar genoeg.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f44bbb27dcdea9e8f1fca74efaeacfdc1543869ee4a666bad1b58a644d836e2a, en de alinea staat in dat document op bytes 51854 tot 52538.