Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 3 mei 2002

Alinea 41 Gerechtshof Leeuwarden 3 mei 2002

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 3 mei 2002, ECLI:NL:GHLEE:2002:AE2452.

Nu vaststaat dat tot het vermogen van de onderneming van de BV relatief veel onroerende zaken - (onder meer) landbouwgronden en gebouwen - behoren waarvan, nu niet anders is gebleken, moet worden aangenomen dat ze ook buiten de huidige specifieke bedrijfsvoering kunnen worden aangewend (in de landbouwsector), is het hof van oordeel dat het onderhavige aandelenpakket van de BV minimaal op de intrinsieke waarde van bedoelde onroerende zaken gewaardeerd dient te worden. De beste gegadigden (in de landbouwsector) zullen immers, indien zij de onderneming abstraheren van de bezigheden ten aanzien van het kweken van rassen en de veredelingsactiviteiten, in ieder geval de actuele en werkelijke waarde voor die onroerende zaken over hebben. Het hof kan belanghebbende dan ook niet volgen in zijn standpunt dat de waarde van de aandelen van de BV in casu op basis van de rentabiliteitswaarde op nihil moeten worden vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4e1ce72177af59d5e00023eeecd87b2b0f5f25c8921c1a6bd2297a5cafb5804. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4e1ce72177af59d5e00023eeecd87b2b0f5f25c8921c1a6bd2297a5cafb5804, en de alinea staat in dat document op bytes 13629 tot 14569.