Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 5 augustus 2002

Alinea 55 Gerechtshof Leeuwarden 5 augustus 2002

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 5 augustus 2002, ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6449.

4.4. Als gevolg van de onderhavige verbouwing, ten gevolge waarvan naar tussen partijen niet in geding is de waarde van het pand is gestegen, behoefde hetgeen tussen partijen op grond van artikel 4 van de huurovereenkomst 1993 in principe al was overeengekomen, mede gelet op de omvang van de onderhavige verbouwing, nadere en gedetailleerdere uitwerking. Het resultaat van die uitwerking is naar het oordeel van het hof de overeenkomst inzake verbouwing uit 2001. In het kader van die uitwerking hebben partijen onder meer expliciet aangegeven dat de onderhavige verbouwing voor rekening van belanghebbende komt en hebben zij de omvang vastgelegd van de verhoging van de huurprijs die naar aanleiding van die verbouwing in rekening wordt gebracht. Dat ligt in het verlengde van het bepaalde in artikel 4 van de huurovereenkomst 1993, waarbij het hof aannemelijk acht dat met de aanpassing van de huurprijs in artikel 4 - waarbij partijen het oog gehad zullen hebben op een verhoging - de tegenprestatie bedoeld is van een door de verhuurder te verrichten en te bekostigen (ver)bouw(ing). De huurovereenkomst 1993 voorziet derhalve reeds in de verhuur van toekomstige verbouwingen, waaronder een verbouwing als de onderhavige. Naar het oordeel van het hof kan niet gezegd worden dat de overeenkomst inzake verbouwing uit 2001 (ten dele) een nieuwe (huur)overeenkomst tussen partijen ten aanzien van het kantoorpand betreft. De huurovereenkomst 1993 is niet (ten dele) komen te vervallen of gewijzigd. Laatstgenoemde huurovereenkomst blijft, met in achtneming van de nadere uitwerking in 2001 van hetgeen aanvankelijk in principe in artikel 4 was overeengekomen, tussen partijen gelden. De verhuur met inbegrip van de nadere invulling in 2001 in verband met de verbouwing is derhalve gebaseerd op een op 31 maart 1995 bestaande schriftelijke huurovereenkomst als bedoeld artikel V, lid 9, van de Wet constructiebestrijding. Het kantoorpand met inbegrip van de resultaten van de verbouwing is dus - gelijk huurder en verhuurder opteren - gedurende de in laatstgenoemd artikel bedoelde periode belast te verhuren, nu ook overigens aan de gestelde voorwaarden is voldaan. Omdat de verbouwing wordt aangewend voor belaste prestaties van verhuur kan belanghebbende voorbelasting met betrekking tot die verbouwing in aftrek brengen. Daarbij is van belang dat het hof met belanghebbende van oordeel is dat ook kosten als de onderhavige, die pas na de eerste ingebruikneming voor rekening van de verhuurder plaatsvinden doch volgens de huurovereenkomst 1993 in principe steeds door belanghebbende - de verhuurder - gedragen dienen te worden, onder de toepassing van de overgangsregeling, met name de stichtingskosten als bedoeld in lid 9, onder c., van genoemd artikel V, kunnen worden gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6493e57fc7f680aafc751a590bad56c003aac057c6a2e1f422c53910c0243111. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6493e57fc7f680aafc751a590bad56c003aac057c6a2e1f422c53910c0243111, en de alinea staat in dat document op bytes 18698 tot 21506.