Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 4 februari 2003

Alinea 26 Gerechtshof Leeuwarden 4 februari 2003

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 4 februari 2003, ECLI:NL:GHLEE:2003:AF3811.

Vooropgesteld moet worden dat het de plicht van het Openbaar Ministerie is de rechter van alle informatie te voorzien die redelijkerwijs van belang kan zijn voor de beoordeling van de strafzaak. Deze plicht kan onder omstandigheden worden begrensd door het opsporingsbelang, waaronder het belang van de afscherming van de identiteit van een informant. Die begrenzing kan echter niet zover gaan, dat aan de rechter informatie onthouden wordt, met inachtneming waarvan het redelijkerwijs twijfelachtig geacht moet worden, dat de rechter tot een goede weging van het bewijs tegen de verdachte kan komen. Wanneer naar het oordeel van het Openbaar Ministerie zwaarwegende belangen zich daartegen blijven verzetten, kan het slechts ofwel de zaak niet aanhangig maken ofwel tot de eigen niet-ontvankelijkheid concluderen. Dat is ook het systeem van de wet ten aanzien van de bedreigde getuigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1cd6efcdb7b86fa15eddfa38c2b1363d69b7a56252bda2570725680cb935b841. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1cd6efcdb7b86fa15eddfa38c2b1363d69b7a56252bda2570725680cb935b841, en de alinea staat in dat document op bytes 14156 tot 15056.