Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 7 maart 2003

Alinea 49 Gerechtshof Leeuwarden 7 maart 2003

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 7 maart 2003, ECLI:NL:GHLEE:2003:AF5659.

4.2. Nu zowel de aanvra(a)g(st)er, als de hoogte van de koopsom, de lijfrente-ingangsdatum, de persoon van de verzekerde en verzekeringsnemer en de personen van de begunstigden, van de onder 2.2. omschreven verzekering afwijken van die van de onder 2.4. vermelde verzekering, is het hof van oordeel dat de onder 2.4 omschreven verzekering niet kan worden aangemerkt als een ander zodanig recht, dat overeenkomstig voormeld lid 14 wordt beschouwd als een gehele of gedeeltelijke voortzetting van de onder 2.2. vermelde verzekering. Daarbij acht het hof mede van belang dat belanghebbende bij de afkoop van laatstbedoelde verzekering de beschikking heeft gekregen over het overgrote deel van de geldswaarde van de afgekochte verzekering, hetwelk ten dele is aangewend voor de betaling van een tweetal schulden (aan de G bank L en F) en daarmee samenhangende dagrente en gedeeltelijk contant aan belanghebbende is uitbetaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ce236a12bdf9dd0217046255eae40503d57ad72ac7502532eaf91fbc4fab4cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ce236a12bdf9dd0217046255eae40503d57ad72ac7502532eaf91fbc4fab4cd, en de alinea staat in dat document op bytes 15667 tot 16610.