Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 20 augustus 2003

Alinea 36 Gerechtshof Leeuwarden 20 augustus 2003

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 20 augustus 2003, ECLI:NL:GHLEE:2003:AI1284.

11. Daargelaten de juistheid van hetgeen - zoals naar onweersproken door [appellante] is gesteld - [partij in andere zaak] in de hoofdzaak hebben verklaard , te weten dat aannemer [aannemer] hun zou hebben verzekerd dat de vingerlassen goed in elkaar zaten en onder Komokeur tot stand waren gekomen, moet worden vastgesteld dat het op de weg van de in opdracht van [partij in andere zaak] opererende aannemer en/of bouwdirectie (de architect) had gelegen het gevingerlaste hout op deugdelijkheid voor gebruik als gordingen te onderzoeken. Zoals duidelijk blijkt uit het TNO rapport, vertoonde het vingerlassen in casu immers (deels ook in 1983 al) waarneembare gebreken. Bovendien werd in het vigerende bestek niet over het gebruik van gevingerlast hout gesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47acd34ed6c306d44ae13d1943bd3487a6345da6db1f8f03bdd9a79f48bcb0f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47acd34ed6c306d44ae13d1943bd3487a6345da6db1f8f03bdd9a79f48bcb0f1, en de alinea staat in dat document op bytes 13037 tot 13815.