Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 22 oktober 2003
Alinea 49 Gerechtshof Leeuwarden 22 oktober 2003
Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 22 oktober 2003, ECLI:NL:GHLEE:2003:AM2927.
4. Onder de hiervoor onder 4 omschreven omstandigheden is het hof van oordeel dat het procesverloop in eerste aanleg - zoals ook, door [appellanten] niet bestreden, beschreven door de rechtbank in het bestreden vonnis - er geen blijk van geeft dat ten nadele van [appellanten] het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden. Onder het tot 1 januari 2002 geldende procesrecht, dat toepasselijk is op de in eerste instantie gevoerde procedure, is er ook geen rechtsregel die de rechter verplicht steeds na te gaan of bij één of beide partijen na het wisselen van de conclusies nog de behoefte bestaat aaan verdere uitlatingen. In artikel 142 lid 2 Rv (oud) gaat de wetgever er daarentegen vanuit dat alleen op eenparig verzoek van partijen de rechter het nemen van nog meer conclusies na repliek en dupliek kan toestaan. Voor wat betreft het toestaan van een akte op verzoek van een partij is in het wettelijk systeem het beleid aan de rechter overgelaten, waarbij het uitgangspunt zowel onder het voor als na 1 januari 2002 geldende recht is dat geen toestemming voor het nemen van een akte wordt verleend wanneer eenmaal een datum voor het vonnis is bepaald.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6239f9a90cd691532228041bd6affa6324f691d1c8ae570246183ebfcf6426da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6239f9a90cd691532228041bd6affa6324f691d1c8ae570246183ebfcf6426da, en de alinea staat in dat document op bytes 10086 tot 11261.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6239f9a90cd691532228041bd6affa6324f691d1c8ae570246183ebfcf6426da | shasum -a 256