Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 4 februari 2005

Alinea 32 Gerechtshof Leeuwarden 4 februari 2005

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 4 februari 2005, ECLI:NL:GHLEE:2005:AS5560.

De Raad is van oordeel dat in ieder geval het motief van een beperking van administratieve lasten en uitvoeringslasten niet speelt, indien belastingschulden in een aanslag zijn geformaliseerd. Deze belastingschulden kunnen zonder meer als schulden in aanmerking worden genomen bij de bepaling van de rendementsgrondslag. Het meenemen van materiële belastingschulden, die nog niet in een aanslag zijn geformaliseerd, kan bewerkelijker zijn. Het geldt in het bijzonder voor de inkomstenbelastingschuld op de in artikel 5.2 Wet IB 2001 bedoelde einddatum; er is op grond daarvan reden de materiële inkomstenbelastingschuld over het desbetreffende jaar bij de bepaling van de rendementsgrondslag op einddatum buiten beschouwing te laten. Dit geldt nagenoeg niet voor de (materiële) successierechtschuld indien de omvang van de nalatenschap bepaald is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e97a5233bc601e79a30db6d099c7189aa40ad113780e713dc62805cc7b093680. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e97a5233bc601e79a30db6d099c7189aa40ad113780e713dc62805cc7b093680, en de alinea staat in dat document op bytes 14019 tot 14882.