Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 1 september 2006

Alinea 20 Gerechtshof Leeuwarden 1 september 2006

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 1 september 2006, ECLI:NL:GHLEE:2006:AY7607.

3.2 De belanghebbende is van mening dat de woonoppervlakte nagenoeg de gehele totale brutovloeroppervlakte van de onroerende zaak bedraagt, zodat de waarde van de onroerende zaak in hoofdzaak moet worden toegerekend aan delen van de onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Op die grond acht belanghebbende het tarief voor woningen van toepassing. Ter zitting heeft de gemachtigde hieraan toegevoegd dat een eenvoudige toerekening van vierkante meters aan wonen en niet-wonen onjuist is omdat de kamers een hogere waarde vertegenwoordigen dan de overige delen. De oppervlakten van de kamers dienen in verband hiermee naar zijn mening te worden vermenigvuldigd met een factor 1,2. Tevens is hij van mening dat de oppervlakte van de aan de kamers grenzende gangen volledig gerekend dient te worden tot de woondoeleinden. De oppervlakte van de gangen schat de gemachtigde op grond van de uit de folder afkomstige plattegronden op 1.700 m². Aldus berekent de gemachtigde het percentage van de oppervlakte dat bestemd is voor woondoeleinden op afgerond (4.500 x 1,2 + 1.700) : 8920 = 80%.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c144851497bd0df999ea82ecf6e275e39bfa47ec76cc8d8cb3308877d3f435d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c144851497bd0df999ea82ecf6e275e39bfa47ec76cc8d8cb3308877d3f435d, en de alinea staat in dat document op bytes 8646 tot 9796.