Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 10 januari 2007

Alinea 32 Gerechtshof Leeuwarden 10 januari 2007

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 10 januari 2007, ECLI:NL:GHLEE:2007:AZ6021.

4. Het hof leidt uit het voorgaande af dat ten tijde van de inschrijving van het woordmerk WEEVA op 10 september 2004, met als houder de Stichting [K.] Beheer, deze stichting niet bestond, zodat geconcludeerd dient te worden dat geen geldig merkrecht is gevestigd, nu geen rechtssubject bestaat dat aanspraak op het onderhavige merkrecht kan maken. Van de situatie als bedoeld in art. 2:19 BW waarin een rechtspersoon ook na ontbinding blijft voortbestaan voor zover noodzakelijk ter vereffening van haar vermogen, is in het licht van het voorgaande geen sprake, en evenmin is de situatie aan de orde waarin ná het ophouden van de rechtspersoon alsnog blijkt van het bestaan van een bate (art. 2:23c BW). Waar de Stichtingen nog hebben aangevoerd dat de "vertegenwoordiger van de niet-bestaande stichting" genaamd [naam 1] zichzélf heeft verbonden en daarmee tot rechthebbende op de gedeponeerde merknaam is geworden, volgt het hof hen daarin niet, nu toch deze stelling elke feitelijke en juridische grondslag ontbeert.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7dbe6a375fa36d63a3a9d3589b1df90edd421fc35a8193610abdce8c895e20c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7dbe6a375fa36d63a3a9d3589b1df90edd421fc35a8193610abdce8c895e20c1, en de alinea staat in dat document op bytes 6969 tot 8005.