Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 10 januari 2007

Alinea 42 Gerechtshof Leeuwarden 10 januari 2007

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 10 januari 2007, ECLI:NL:GHLEE:2007:AZ6021.

Met betrekking tot de veroordeling in de proceskosten, in het bijzonder art. 245 Rv, overweegt het hof als volgt. Als ten processe onweersproken gesteld staat vast dat de beide stichtingen, voorzover bestaand (hebbend), zijn opgericht en worden bestuurd door [naam 2], die ook ten pleidooie in hoger beroep aanwezig was en namens de Stichtingen het woord heeft gevoerd. Daarnaast slaat het hof er acht op dat de beide stichtingen zich processueel overwegend als een eenheid tegenover Zuiderdiep BV hebben opgesteld en zich in de stukken hebben gepresenteerd, terwijl geen van partijen in de stukken tussen de Stichtingen steeds consequent onderscheid heeft gemaakt naar gelang van het gevorderde. Om die redenen zal het hof de kostenveroordeling, voorzover rustend op de Stichtingen, ten laste laten komen van de stichting De Weeva-Mensa. Overigens acht het hof termen aanwezig om de kosten van de eerste instantie te compenseren, nu Zuiderdiep Bv deels in het gelijk en deels in het ongelijk wordt gesteld. De aan het pleidooi in hoger beroep verbonden kosten rekent het hof toe aan het principaal appel, nu het pleidooi in het incidenteel appel in dat van het principaal appel is opgegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7dbe6a375fa36d63a3a9d3589b1df90edd421fc35a8193610abdce8c895e20c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7dbe6a375fa36d63a3a9d3589b1df90edd421fc35a8193610abdce8c895e20c1, en de alinea staat in dat document op bytes 13695 tot 14899.