Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 7 november 2007
Alinea 239 Gerechtshof Leeuwarden 7 november 2007
Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 7 november 2007, ECLI:NL:GHLEE:2007:BB8288.
16. Het hof verwerpt evenzeer het verweer van Prisma c.s. dat het postcontractuele concurrentieverbod bij de beoordeling van de rechtsgeldigheid van het contract niet terzake doet omdat Prisma c.s. bij brief van haar advocaat vermeld onder 2.18 dit concurrentieverbod heeft laten vallen. Het hof overweegt dat genoemde brief is geschreven op 3 november 2003, in reactie op het inroepen van de nietigheid van de samenwerkingsovereenkomst op 18 juni 2003 zijdens [appellanten], ondermeer op dit punt. Met dat beroep is de overeenkomst in zoverre gefixeerd en hadden Prisma c.s. niet meer de bevoegdheid - zo zij die eerder al hadden gehad - om eenzijdig een bepaling uit het contract te doen schrappen teneinde een beroep op de nietigheid te frustreren. Dat het postcontractuele concurrentieverbod door ingrijpen van de wetgever was vervallen, gelijk in de brief zonder nadere toelichting is vermeld, is door Prisma c.s. in de processtukken niet herhaald en komt het hof ook niet juist voor.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6958f438298c46af1797984e7b313ed6989a16141ccd78472921a0cfc7ec598. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6958f438298c46af1797984e7b313ed6989a16141ccd78472921a0cfc7ec598, en de alinea staat in dat document op bytes 51097 tot 52099.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b6958f438298c46af1797984e7b313ed6989a16141ccd78472921a0cfc7ec598 | shasum -a 256