Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 10 februari 2011

Alinea 209 Gerechtshof Leeuwarden 10 februari 2011

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 10 februari 2011, ECLI:NL:GHLEE:2011:BP4396.

Een schending van het onschuldbeginsel, waardoor verdachte reeds in de media was veroordeeld, heeft het hof uit de betreffende artikelen niet kunnen afleiden. Gelet op de inhoud heeft de journalist bij het schrijven van zijn artikelen klaarblijkelijk gebruik kunnen maken van informatie uit de aangifte, van algemene informatie over mensenhandelzaken en enkele onderzoeksresultaten in deze zaak. In die artikelen is echter sprake van gefingeerde namen, zowel van verdachte als van aangeefster. Aangeefster wordt aangeduid als "[benadeelde]", verdachte als "[verdachte]." Over hem wordt steevast geschreven dat hij verdachte is, niet dat hij schuldig is. Wel worden in de artikelen gegevens vermeld over de woning en bezittingen van verdachte [verdachte] in Bulgarije. Niet valt aan te nemen dat deze informatie in Nederland zal hebben kunnen leiden tot herkenning van verdachte. Verdachte was noch in Nederland noch in Bulgarije een bij het (grote) publiek bekend persoon. Het gaat in dit geval om een Bulgaar, die in Bulgarije woonde en (aanvankelijk) werkte als varkenshouder. Dat geldt temeer, nu ook ten aanzien van die woningen en bezittingen niet concreet is aangegeven, waar deze zich bevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be5344fa2b0e11845dade7af68ce4223abd99059b4326020cf39add89a50c379. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be5344fa2b0e11845dade7af68ce4223abd99059b4326020cf39add89a50c379, en de alinea staat in dat document op bytes 27115 tot 28330.