Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 10 februari 2011

Alinea 264 Gerechtshof Leeuwarden 10 februari 2011

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 10 februari 2011, ECLI:NL:GHLEE:2011:BP4396.

Alles overziende staat voor het hof vast dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel, zoals en voor zover hierna blijkt uit de bewezenverklaring. Voor het mishandelen van aangeefster door verdachte ziet het hof onvoldoende bewijs. Evenmin gaat het hof ervan uit dat aangeefster onder dwang in de prostitutie heeft gewerkt. Het lijkt er meer op dat zij die werkzaamheden heeft verricht om er veel geld mee te verdienen. Naar eigen zeggen waren dat bedragen van ongeveer € 50.000,= per anderhalve maand. Ook had zij geen bezwaar tegen afdracht van de helft van haar verdiende geld aan verdachte. Haar bezwaar ligt erin dat zij is misleid door verdachte, omdat hij haar jarenlang in de waan heeft gelaten dat hij haar helft op een spaarrekening zette, terwijl hij vrijwel alles heeft gehouden. Aangeefster heeft vrijwel niets gekregen van het vele geld dat ze heeft verdiend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be5344fa2b0e11845dade7af68ce4223abd99059b4326020cf39add89a50c379. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be5344fa2b0e11845dade7af68ce4223abd99059b4326020cf39add89a50c379, en de alinea staat in dat document op bytes 43329 tot 44231.