Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 1 februari 2011

Alinea 91 Gerechtshof Leeuwarden 1 februari 2011

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 1 februari 2011, ECLI:NL:GHLEE:2011:BP7439.

12. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen kan [naam (voormalig) directeur] op rechtsgeldige wijze de vorderingen van de pandhouder ING in eigen naam innen. Nu de last niet slechts aan [naam (voormalig) directeur] is verleend, maar ook aan "nader te noemen meester" moet onderzocht worden of [appellante] als zodanig kwalificeert. Naar het oordeel van het hof kan [appellante] als lasthebber worden gekwalificeerd, terwijl [appellante] de onderhavige vordering ook in eigen naam heeft ingesteld. In hoeverre [appellante] al dan niet door [naam (voormalig) directeur] is gemachtigd, doet niet ter zake. Hieraan doet ook niet af dat [naam (voormalig) directeur] bij brief van 21 april 2010 (productie 7 bij akte houdende uitlating in principaal appel tevens akte wijziging van eis tevens memorie van antwoord in incidenteel appel) [appellante] heeft gemachtigd namens hem "deze vordering" te innen. In de eerste plaats is deze machtiging pas na het instellen van de onderhavige vordering in rechte door [appellante] door [naam (voormalig) directeur] verleend. Voorts heeft [naam (voormalig) directeur] als juridische leek klaarblijkelijk onvoldoende begrepen welke last precies met de "cessie ter incasso" is verleend. In zoverre mist grief IV in het incidenteel beroep belang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/186be67f7f3d0b1f33545c6aa19b48aae59b18c9e584c0af293f4aa2e8d9ef5a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 186be67f7f3d0b1f33545c6aa19b48aae59b18c9e584c0af293f4aa2e8d9ef5a, en de alinea staat in dat document op bytes 25394 tot 26683.